Wat is een prisma? Het antwoord hangt af van het onderwerp: in de wiskunde is een prisma een ruimtelijke vorm, terwijl een optisch prisma licht kan buigen, sturen of splitsen. Op deze pagina leggen we beide betekenissen uit, met extra aandacht voor prismaglazen in een bril.
Deze tekst is geschreven voor twee groepen: leerlingen die het begrip prisma willen begrijpen, en patiënten die willen weten wanneer een prisma nodig kan zijn bij klachten zoals dubbelzien, vermoeide ogen of hoofdpijn.

Wat Is Een Prisma?
Een prisma is, eenvoudig gezegd, een vorm of voorwerp dat twee gelijke, evenwijdige vlakken heeft en daartussen zijvlakken. Een prisma is een figuur die bestaat uit twee gelijke en evenwijdige vlakken, met een aantal andere vlakken die de zijkanten vormen.
In de wiskunde gaat het om een driedimensionale vorm. De twee gelijke vlakken worden vaak het grondvlak en het bovenvlak genoemd. De zijvlakken verbinden deze twee vlakken met elkaar. Bij een recht prisma staan de zijvlakken loodrecht op het grondvlak. Bij een scheef prisma staan de zijvlakken juist schuin ten opzichte van het grondvlak.
Prisma’s vormen de basis van ruimtemeetkunde. In de meetkunde worden prisma’s ingedeeld op basis van de vorm van hun grondvlak. Prisma’s kunnen verschillende grondvlakvormen hebben, zoals een rechthoek, vierkant of driehoek.
Voorbeelden:
Soort prisma | Kenmerk |
|---|---|
Driehoekig prisma | Driehoekige prisma’s hebben twee driehoeken als grondvlak en drie rechthoekige zijvlakken. |
Rechthoekig prisma | Rechthoekige prisma’s hebben grondvlakken en zijvlakken die allemaal rechthoeken zijn. |
Veelhoekig prisma | Veelhoekige prisma’s hebben een grondvlak dat een veelhoek is, zoals een vijfhoek of zeshoek. |
De inhoud van een prisma kan worden berekend met de formule: Inhoud prisma = Oppervlakte grondvlak * hoogte. De oppervlakte van het grondvlak hangt af van de vorm. Bij een rechthoek is dat lengte maal breedte; bij een driehoek gebruik je een andere formule.
In de optiek betekent prisma iets anders. Dan gaat het om een transparant voorwerp, meestal van glas of kunststof, dat licht van richting kan veranderen.
Optisch Prisma
Een optisch prisma is een doorzichtig object met vlakke zijden die onder bepaalde hoeken ten opzichte van elkaar staan. Optische prisma’s zijn gemaakt van glas, kwarts of plastic en worden gebruikt om licht te sturen.
Wanneer licht een prisma binnenkomt, verandert de richting van de lichtstraal. Dit komt doordat licht langzamer gaat in glas of kunststof dan in lucht. Daardoor wordt het licht gebroken. Het prisma laat het licht dus gecontroleerd buigen.
Dit principe wordt gebruikt in verschillende vormen van optiek:
Dispersieprisma’s breken wit licht en verspreiden het in de afzonderlijke kleuren van het spectrum.
Reflectieprisma’s kaatsen licht terug via interne reflectie zonder spiegels.
Een pentaprisma buigt licht exact 90 graden zonder het beeld om te draaien.
Dat laatste voorbeeld komt onder andere voor in camera’s en meetinstrumenten. Een pentaprisma laat zien dat een prisma niet alleen kleur kan maken, maar ook de richting van een beeld nauwkeurig kan veranderen.
In brillenglazen wordt een prisma gebruikt om licht vóór het oog te verplaatsen. Het beeld valt daardoor op een andere plek op het netvlies. Dat klinkt technisch, maar de functie is praktisch: het helpt de ogen en het brein om beelden beter met elkaar te laten samenwerken.
Volgens medische uitleg over prismaglazen wordt de prismatische werking uitgedrukt in prismadioptrieën, vaak aangeduid met Δ. Meer daarover leest u in de uitleg van NCBI Bookshelf over prismatische correctie.
Prisma In Oogzorg
In de oogzorg wordt een prisma vooral gebruikt bij problemen met de samenwerking tussen beide ogen. Een bekend voorbeeld is dubbelzien. Bij dubbelzien ziet iemand één object als twee beelden. Dat kan horizontaal, verticaal of schuin zijn.
Prismaglazen buigen licht op een gecontroleerde manier, waardoor beelden van beide ogen automatisch op de juiste manier worden uitgelijnd, wat klachten zoals dubbelzien vermindert. Een prisma in een bril helpt om het beeld op de juiste plek op het netvlies te laten vallen, waardoor de ogen minder hoeven te corrigeren en het zicht comfortabeler wordt.
Normaal proberen de oogspieren en het brein de beelden van beide ogen samen te voegen. Als de oogstand niet goed past bij wat iemand wil zien, moeten de ogen extra werken. Hierdoor kunnen klachten ontstaan zoals:
dubbelzien;
wazig of onrustig zicht;
vermoeide ogen;
hoofdpijn;
moeite met lezen;
problemen met scherp kijken;
een trekkend gevoel rond de ogen.
Mensen die een prisma in hun bril nodig hebben, ervaren vaak klachten zoals dubbelzien, vermoeide ogen en hoofdpijn, die kunnen verminderen door het gebruik van prismaglazen.
Toch is een prismabril niet altijd direct prettig. Sommige mensen moeten wennen. In de eerste dagen of weken kunnen klachten ontstaan zoals lichte misselijkheid, ruimtelijke vervorming, vermoeidheid of een ander dieptegevoel. Meestal neemt dat af wanneer iemand gewend raakt aan het nieuwe beeld.
Scheef Prisma (Scheelzien)
De term scheef prisma wordt soms gebruikt wanneer mensen eigenlijk bedoelen dat er een prismacorrectie nodig is bij scheelzien of een scheve oogstand. Scheelzien betekent dat de ogen niet goed op hetzelfde punt gericht staan.
Bij scheelzien kijkt het ene oog bijvoorbeeld recht vooruit, terwijl het andere oog iets naar binnen, naar buiten, omhoog of omlaag staat. Daardoor valt het beeld van het ene oog niet op dezelfde plek als het beeld van het andere oog. Het gevolg kan zijn dat iemand dubbelziet, of dat het brein één beeld gedeeltelijk onderdrukt.
Een prisma kan in zo’n situatie prisma helpen door het beeld te verschuiven voordat het het oog binnenkomt. De ogen hoeven dan minder hard te corrigeren. Dit kan vooral nuttig zijn bij kleine tot matige afwijkingen of bij een stabiele oogstand.
Bij kinderen, plotseling scheelzien of nieuw dubbelzien is verwijzing belangrijk. Een orthoptist is gespecialiseerd in oogstand, oogbewegingen en samenwerking van de ogen. Ook een oogarts kan nodig zijn, vooral als er een medische oorzaak vermoed wordt.
Kort gezegd: bij scheelzien hoort eerst goed onderzoek, daarna pas een keuze voor oefenen, prismaglazen, een operatie of een andere behandeling.
Vermoeide Ogen
Vermoeide ogen komen vaak voor. Ze kunnen ontstaan door veel lezen, beeldschermwerk, droge ogen, een verkeerde brilsterkte of te weinig pauzes. Maar soms wijzen vermoeide ogen op een probleem in de samenwerking tussen beide ogen.
Een prisma kan worden overwogen als uw ogen moeite hebben om beelden stabiel samen te houden. Dat merkt u bijvoorbeeld wanneer:
lezen steeds meer moeite kost;
letters lijken te bewegen;
u na computerwerk hoofdpijn krijgt;
u soms bijna dubbel ziet;
één oog dichtknijpen verlichting geeft;
klachten toenemen aan het einde van de dag.
Niet elke vermoeidheid betekent dat u een prisma nodig heeft. Soms is een gewone brilcorrectie genoeg. Soms helpt betere verlichting, droge-ogenbehandeling of visuele training. In andere gevallen is aanvullend onderzoek nodig om te bepalen of de oogstand en samenwerking tussen beide ogen goed werken.
Als klachten blijven terugkomen, is het verstandig om ze niet te negeren. Een optometrist of orthoptist kan meten of er sprake is van een verborgen afwijking, zoals een latente scheelstand.
Wanneer Is Een Prisma Nodig?
Een prisma is meestal nodig wanneer de ogen niet vanzelf comfortabel kunnen samenwerken. De belangrijkste indicatie is dubbelzien dat niet verdwijnt met een gewone brilcorrectie. Ook bij scheelzien, een verticale oogstandafwijking of onvoldoende fusievermogen kan een prismacorrectie worden voorgeschreven.
Een specialist kijkt onder andere naar:
de richting van de afwijking;
de grootte van de afwijking;
of de afwijking stabiel is;
of de klachten passen bij de meting;
of de ogen nog genoeg kunnen compenseren;
of er sprake is van een onderliggende medische oorzaak.
Er zijn tijdelijke en permanente toepassingen.
Tijdelijke toepassingen worden vaak gebruikt wanneer de afwijking nog kan veranderen. Denk aan herstel na een ongeluk, een zenuwverlamming, een operatie of een periode waarin de oogstand nog niet stabiel is. Dan kan een plakprisma, zoals een Fresnel-prisma, nuttig zijn.
Permanente toepassingen worden overwogen als de afwijking stabiel is. Het prisma wordt dan in het glas van de bril verwerkt. Dat geeft meestal betere optische kwaliteit dan een plakprisma, maar het glas kan dikker worden.
Een consult bij een orthoptist of oogarts is verstandig wanneer u dubbelzien heeft, zeker als het plotseling ontstaat. Een opticien kan een bril maken en soms signaleren dat er iets niet klopt, maar bij medische klachten is specialistisch onderzoek nodig.
Hoe Worden Prisma’s Aangemeten?
Prismaglazen worden niet zomaar gekozen. Het meten van prismaglazen vereist specialistisch onderzoek, waarbij de oogstand, oogbewegingen en samenwerking tussen beide ogen worden geëvalueerd.
Een orthoptisch onderzoek begint meestal met vragen over uw klachten:
Wanneer begon het dubbelzien?
Is het erger veraf of dichtbij?
Is het erger bij lezen, autorijden of traplopen?
Heeft u hoofdpijn of vermoeide ogen?
Is er eerder iets verteld over scheelzien?
Heeft u een neurologische aandoening of oogoperatie gehad?
Daarna meet de specialist de gezichtsscherpte, brilsterkte, oogstand en oogbewegingen. Ook wordt gekeken of beide ogen het beeld goed kunnen samenvoegen.
Tijdens het meten van prismaglazen wordt gebruik gemaakt van een prismalat, een liniaal met meerdere in sterkte oplopende prisma’s. Zo’n prismalat wordt ook wel prismabalk of balk genoemd. De specialist plaatst verschillende prismasterktes voor het oog en meet wanneer het beeld enkel wordt of wanneer de oogstand neutraliseert.
Belangrijk is dat het onderzoek niet alleen in één standaardsituatie gebeurt. Meten onder natuurlijke kijkomstandigheden is essentieel. Iemand kan bijvoorbeeld bij veraf kijken weinig last hebben, maar bij lezen juist veel. Of de afwijking is groter wanneer iemand omhoog, omlaag of opzij kijkt.
De Nederlandse optometrische richtlijnen benadrukken dat meetmethoden en bevindingen zorgvuldig moeten worden vastgelegd, bijvoorbeeld bij prismametingen en samenwerking tussen beide ogen. Zie ook de richtlijninformatie van de Optometristen Vereniging Nederland.

Meetmethoden En Rol Van Specialist
De orthoptist speelt een centrale rol bij klachten door oogstand en samenwerking. Deze specialist meet hoe de ogen bewegen, hoe ze samenwerken en hoeveel prismatische correctie eventueel nodig is.
Een optometrist kan ook metingen doen, vooral bij algemene oogmetingen, ooggezondheid en binoculair zicht. Bij complex scheelzien, nieuw dubbelzien of verdenking op een medische oorzaak is verwijzing naar een orthoptist of oogarts belangrijk.
De opticien is belangrijk bij het maken en afstellen van de bril, maar mag niet in elke situatie zelfstandig een medisch prismavoorschrift voorschrijven. Zeker bij plotselinge klachten, een grote afwijking of een afwijking die verandert, hoort een medische beoordeling plaats te vinden.
Soms verschillen meetresultaten tussen afspraken. Dat betekent niet automatisch dat iemand verkeerd heeft gemeten. De afwijking kan veranderen door vermoeidheid, stress, kijkafstand of adaptatie van het visuele systeem. Daarom wordt soms een tweede meting of second opinion aangeraden.
Types Prisma’s En Behandelingen
Er zijn verschillende manieren om een prisma toe te voegen aan een bril.
Een veelgebruikte tijdelijke oplossing is het Fresnel-prisma. Dit is een dun, geribbeld kunststof laagje dat op een bestaand brillenglas wordt geplakt. Het voordeel is dat het snel kan worden aangepast. Dat is handig wanneer de afwijking nog niet stabiel is of wanneer men eerst wil testen of een prismacorrectie helpt.
Nadelen van een Fresnel-prisma zijn er ook:
het zicht kan minder scherp worden;
er kunnen reflecties ontstaan;
het beeld kan wat vervormen;
het prisma is zichtbaar op het glas;
bij hogere sterkte neemt de optische kwaliteit af.
Een permanente optie is het slijpen van prismaglas in het brillenglas zelf. Het prisma zit dan in het glas verwerkt. Dit wordt meestal gekozen wanneer de afwijking stabiel is en de sterkte goed is gemeten.
Gewenning is normaal. Sommige mensen zijn binnen enkele dagen gewend, terwijl anderen enkele weken nodig hebben. Bij grotere prismasterktes of verticale afwijkingen kan gewenning langer duren. Soms wordt de sterkte stapsgewijs opgebouwd.
Bij twijfel kan een Prisma Adaptatie Test worden gebruikt om te beoordelen hoe iemand reageert op een voorgestelde correctie. Een voorbeeld van patiëntinformatie hierover is te vinden bij het ETZ over de Prisma Adaptatie Test.
Prismaglazen: Praktisch
Prismaglazen worden gemeten in prismadioptrie, wat de sterkte van de lichtbuiging aangeeft. Eén prismadioptrie betekent dat een lichtstraal op één meter afstand één centimeter wordt verplaatst. Hoe hoger het aantal prismadioptrieën, hoe sterker het licht wordt afgebogen.
De sterkte staat op het recept, samen met de richting van de basis van het prisma. Die richting kan bijvoorbeeld base-in, base-out, base-up of base-down zijn. Voor de patiënt is vooral belangrijk dat de meting exact genoeg is en dat de bril goed op het gezicht staat.
Een prismabril kan anders aanvoelen dan een gewone bril. Dat komt doordat het glas het beeld verplaatst. Soms merkt iemand dat diepte, afstanden of randen in het begin anders lijken. Dit is meestal tijdelijk.
Prismaglazen kunnen ook esthetische gevolgen hebben. Het glas wordt dikker aan de kant van de basis van het prisma. Bij hoge sterkte kan het verschil tussen links en rechts zichtbaar zijn. Moderne productietechnieken kunnen dit beperken, bijvoorbeeld door:
dunner materiaal met hogere brekingsindex;
kleinere monturen;
goede centrering;
verdeling van het prisma over beide glazen;
coatings tegen reflectie;
zorgvuldig slijpen van de glasvorm.
Een goed gekozen montuur maakt vaak veel verschil. Een groot montuur kan de dikte meer laten opvallen, terwijl een kleiner montuur het glas dunner kan houden.

Veelgestelde Vragen
Wordt prismaglas altijd dikker?
Niet altijd zichtbaar, maar prismaglas kan dikker worden. Vooral bij een hogere prismasterkte ontstaat meer dikte aan één kant van het glas. Bij lage sterktes valt dit soms helemaal niet op.
Kan een prisma mijn ogen slechter maken?
Een goed aangemeten prisma maakt de ogen niet lui. Het doel is juist om het beeld comfortabeler te maken, zodat de oogspieren minder overbelast raken. Wel moet de sterkte passen bij uw situatie.
Waarom is soms een second opinion nuttig?
Een second opinion kan nuttig zijn als de metingen sterk verschillen, als het voorgestelde prisma groot is, of als u ondanks de bril klachten houdt. Ook bij twijfel over een operatie of andere behandeling kan een tweede beoordeling helpen.
Wanneer moet ik direct medische hulp zoeken?
Zoek snel medische hulp bij plotseling dubbelzien, nieuwe scheelstand, hangend ooglid, krachtsverlies, spraakproblemen, duizeligheid, ernstige hoofdpijn, oogpijn of plots verlies van zicht. Dubbelzien kan soms een neurologische oorzaak hebben en moet dan snel beoordeeld worden.
Helpt een prisma bij iedereen met hoofdpijn?
Nee. Hoofdpijn heeft veel mogelijke oorzaken. Een prisma kan helpen als de hoofdpijn samenhangt met oogstand, samenwerking of dubbelzien. Onderzoek moet bepalen of dat bij u zo is.
Is oefenen een alternatief voor prismaglazen?
Soms wel. Bij bepaalde samenwerkingsproblemen kunnen oefeningen helpen. Bij andere afwijkingen werkt een prisma beter, of is een combinatie nodig. De specialist bepaalt wat past.
In onderzoek naar volwassenen met diplopie blijkt dat veel patiënten tevreden zijn met prismaglazen, maar dat bijwerkingen ook voorkomen. Een studie rapporteerde bijvoorbeeld dat een deel van de patiënten storende bijwerkingen ervoer, ondanks verbetering van dubbelzien. Zie de publicatie op PubMed over tevredenheid bij prismabehandeling.
Praktische Adviezen Bij Gebruik
Als u een nieuwe prismabril krijgt, geef uzelf tijd om eraan te wennen. Draag de bril zoals geadviseerd, maar forceer niet als u misselijk wordt of duidelijk slechter ziet.
Praktische tips:
Gebruik de bril in het begin in rustige situaties.
Wees voorzichtig met autorijden tot u zeker weet dat het zicht stabiel is.
Noteer wanneer klachten optreden: dichtbij, veraf, bij lezen of bij traplopen.
Maak een vervolgafspraak als dubbelzien blijft bestaan.
Laat de bril controleren als deze scheef staat of afzakt.
Vraag om uitleg over de gemeten sterkte en richting.
Bewaar het recept en meetresultaten goed.
Een vervolgafspraak is vooral belangrijk als de klachten na enkele weken niet verminderen. Soms moet de sterkte worden aangepast. Soms blijkt dat het prisma niet de juiste oplossing is, of dat aanvullend onderzoek nodig is.
Laat bij voorkeur vastleggen wat er is gemeten: oogstand, prismasterkte, kijkafstand, richting van het prisma en uw klachten op dat moment. Zo weet een volgende specialist beter wat er eerder is bepaald.
Samenvatting
Een prisma kan in de wiskunde een ruimtelijke vorm zijn met een grondvlak, bovenvlak en zijvlakken. In de optiek is een prisma een doorzichtig object dat licht kan buigen, reflecteren of splitsen.
In de oogzorg wordt een prisma vooral gebruikt om beelden van beide ogen beter uit te lijnen. Daardoor kunnen klachten zoals dubbelzien, vermoeide ogen en hoofdpijn verminderen. Een prisma is vooral zinvol wanneer goed onderzoek laat zien dat de oogstand of samenwerking tussen de ogen niet voldoende wordt gecompenseerd.
Laat prismaglazen deskundig meten door een orthoptist, oogarts of geschikte optometrist. Vraag bij twijfel om een second opinion, zeker bij grote sterktes, aanhoudende klachten of plotseling dubbelzien.